Tante Martha’s laatste wil

2012 – TANTE MARTHA’S LAATSTE WIL

Klik op de titels hieronder om de verschillende rubrieken te lezen.

Inhoud

Het gaat over geld. GELD! En wat het doet met mensen. Geld kan je gevangen nemen, je wordt er slaaf van, je gaat er aan ten onder. Het is de kunst om je van die verslaving los te rukken want geldaandrang maakt niet gelukkig.

Tante Martha is komen te gaan en haar ‘bedroefde’ familieleden komen samen: niet om te rouwen. Ze zijn op het fortuin van Tante Martha uit. Maar wat is dat fortuin? En heeft tante Martha een testament? De devote sfeer slaat vlug om: ruzie om de erfenis maakt van hen aasgieren.

Neen, veel fraaie karakters lopen er niet rond in het stuk. Er is de hebberige tante Bertha, die met veel lawaai en nog meer eigen gelijk door het leven gaat. Haar gekneusde zoon en bloemist Noël staat stijf van de zorgelijkheid… om geld. Neef Roger is de niets-ontziende verzekeringsagent die over lijken gaat. Geld is voor hen geen deur naar vrijheid. Hun drang naar geld sluit hen nog erger op in hun burgerlijke bekrompenheid. Hun slachtoffers – Agnes, Viviane en Nadine – zitten meteen mee opgesloten. Agnes wordt klein gehouden onder het gewicht van haar moeder. De passionele Viviane zit vast aan haar seksloze zenuwpees van een man. Voor Nadine blijft er in haar huwelijk geen millimeter ruimte over: Roger neemt zoveel plaats in. Zullen zij kunnen ontsnappen?

Tante Martha leefde niet met die geldzorgen; zij sprak niet over geld, zij had het gewoon. Ze was een speciale vrouw met veel speciale kantjes, die goed overeen kwam met haar huisknecht Victor. Vijftien kransen kreeg ze op haar graf!

En wat was haar band met muzikant Hugo, die zo schoon op zijn saxofoon kan spelen. Hugo zal niet in de val van de kleinburgerlijkheid en het materialisme trappen. Zijn vrijheid en zijn kunst maken van hem een rijk man. Voor Hugo is het altijd Summertime. “Hebt ge al een erfenis gehad of spreekt ge nog tegen mekaar?”, zou zijn grootvader zeggen.

Auteur

Fitzgerald Kusz, da’s nen echten Hugo!

Fitzgerald Kusz

Dialect in een titel? Fitzgerald Kusz kan daar zeker mee leven. Zijn papa was een operazanger uit Berlijn en daarom kan hij grappen maken in het plat Berlijns. Maar zijn echte dialect is het Frankisch: Fitzgerald Kusz is in 1944 geboren in Nürnberg, Middel-Franken in Duitsland. Zijn mama was een echte volksvrouw. En de taal van het volk is hij blijven gebruiken in zijn volksstukken.

Tot 1982 was hij leraar in Engeland en in Nürnberg maar vanaf dan ging hij volop voor het schrijfwerk. Hij had toen al veel succes met één van zijn eerste werken Schweig, Bub! (Zwijg, kleine!). Op dit moment is hij zowat de meest gespeelde, hedendaagse, Duitse theaterauteur.

Zijn stukken zijn vertaald in een dozijn Duitse dialecten: Berlijns, Hessisch, Schwäbisch, Nederduits… En nu dus ook in de Vlaamse taal, zoals die in Vlaams-Brabant kan klinken. Erg gevarieerd! Kusz schrijft volkstoneel, maar ook boeken en draaiboeken voor tv en film. En kleurrijke poëzie, die hij soms rapt op bluesmuziek.

Eén van zijn eerste literaire optredens had Kusz in 1967 met Peter Handke in Erlangen: dat was een collage van teksten uit strips en reclame. Zijn Frankische poëzie klinkt erg kleurrijk en hij toont zich een meester in gewaagde scènes.

Kusz gaat zijn weg als een vrijgevochten man, die geniet van zijn kunst en van het leven. Hé?! Dat is net zoals Hugo in “Tante Martha’s laatste wil”. Nen echten Hugo!

Regisseur

Paul De Wyngaert

Paul De Wyngaert is productiehuismanager bij de VRT Radio.

We laten de regisseur ook altijd iets over zichzelf schrijven! Dat kreeg ik te horen. Rare gewoonte. Dat is toch absoluut niet interessant. Ik zou alleen maar goeie kanten – lees saaie kanten – van mezelf opsommen. Of ik kan een telefoonboekachtige lijst maken van rollen, regies en radioprogramma’s. Saai! Rare trekjes, afwijkingen, hebbelijkheden allerlei verzwijg ik natuurlijk allemaal. En die zijn misschien wèl boeiend.

Als Roger, Noël of Bertha het verhaal van tante Martha vanuit hun perspectief zouden brengen, zou dit gladgestreken en heel slaapverwekkend zijn. Nu is het stuk nog niet begonnen of iedereen wil al zijn gelijk tonen: de karakters botsen, de ruzie klettert. Interessant! Boeiend!

En met de manier waarop we het stuk spelen, sparen we ze niet. We doen dat in wat ik stripverhaalstijl noem. Bij Bertolt Brecht heet dat de Verfremdung in het episch theater; theater moet zo spannend zijn als een bokswedstrijd.

Details uitvergroten, technieken uit de Commedia Dell’Arte binnensmokkelen, wat theatertruukjes echt tonen, afwijkend toneelgedrag inbouwen. Dat doen we om de waan die de personages drijft bloot te leggen. Meedogenloos.

Ik vind dit zelf echt geweldig. Ödön von Horvath, één van mijn lievelingsauteurs, bouwt dit – net als Brecht – in zijn stukken in: zinsaccenten zitten schijnbaar verkeerd, holle retoriek en politieke slogans nemen over, de personages worden tot het bot uitgebeend. Geweldig. Op die rijzige, magere komiek uit de vorige eeuw: Karl Valentin. Hij wrong zich in allerlei verwrongen bochten, zocht naar de grenzen van taal enbegrip en kwam via absurde woordspelingen tot de essentie. Lekker afwijkend gedrag. Of Friedrich Dürrenmatt, die zelfs de bomen doet spreken in “De komst van de Oude Dame”; en een boom ként de uitgefilterde waarheid. Ik ben er dol op. Net als in de Commedia Dell’Arte waar het karikatuur de ondeugden duidelijk op tafel legt. Of de feilloze machine van een Feydeau: de karaktertrekken zijn feilloze geleiders om de personages naar de genadeloze vleesmolen te voeren. Het is heerlijk om daar de regisseur van te mogen zijn: afwijken, uitbenen, bloot leggen. Liefst met een lach. Love it.

© Jaak De Coninck

Zo ook mijn kameraad Jaak De Coninck, ‘artiste peinteur’ op de Trolieberg en de rest van de wereld. Hij schilderde een reeks vogels. Drie ervan doen mij denken aan Bertha, Noël en Roger. Als jij bij het einde van het stuk weet welke vogel welk personage is, dan zitten we goed. Dan hebben we het verhaal van “De laatste wil van Tante Martha” goed verteld. En waarom zou ik dan iets over mezelf willen vertellen?

 

Teams

De actrices en acteurs

Klik op een foto om ze te vergroten.

De medewerkers

Galerij

Meer...

Data

2011-2012 was ons 53e speeljaar.

De voorstellingen gingen door op

  • vrijdag 27 januari, 20u
  • zaterdag 28 januari, 20u
  • zondag 29 januari, 15u
  • vrijdag 3 februari, 20u
  • zaterdag 4 februari, 20u

Parochiezaal Bovenlo
Heidebergstraat 268
3010 Kessel-Lo (Leuven)

Leuvense toneelprijzen

Klik voor het volledige verslag op deze link: Algemeen Juryverslag